Naar het hoger onderwijs?

Alleen met goede cijfers en motivatie, zegt het kabinet. Neurowetenschappers, waaronder Jelle Jolles, hebben twijfels bij het plan.

Jongenshersenen, zeggen neurowetenschappers, ontwikkelen zich anders dan meisjeshersenen. Jongens zouden daardoor meer in techniek geïnteresseerd zijn en een beter ruimtelijk inzicht hebben. Maar ze zijn ook drukker, beweeglijker, minder beheerst en slechter in planmatig werken. Op school halen ze lagere cijfers. Wat als universiteiten en hogescholen hun studenten voor topopleidingen gaan selecteren, zoals het kabinet wil, en gaan kijken naar de cijferlijst en de motivatie van scholieren die toegelaten willen worden? Zijn jongens dan in het nadeel?

Jelle Jolles zegt dat jongens in het nadeel zijn als universiteiten en hogescholen gaan selecteren op cijfers. Maar hij is wel blij met het plan van het kabinet, als het tenminste óók en éérst leidt tot verbetering van het onderwijs. Daar zit volgens hem het probleem: jongens, en ook sommige meisjes, zijn slechter gaan presteren doordat het onderwijs in de jaren 90 veel te vrij is geworden. „We dachten dat scholieren beter zouden plannen en zich verantwoordelijker zouden gedragen als ze meer vrijheid kregen. Het omgekeerde is waar gebleken.”
Logisch, vindt Jolles, want inmiddels heeft neurowetenschappelijk onderzoek aangetoond dat de hersenen van jonge mensen daar nog niet rijp voor zijn.

Koelewijn, J. Jongens deden het ooit beter. Uit nrc 5 juli 2011

Zie voor het complete artikel de website van nrc of stuur een mail naar brein.fpp@vu.nl

Prof. dr. Jelle Jolles is directeur van LEARN! en het centrum Brein en Leren


Top