Matige cijfers op school zijn geen goede voorspeller voor de latere carrière. Want speelse en slecht presterende scholieren kunnen uiteindelijk prima terechtkomen in de samenleving. Ze kunnen zich ontplooien tot een bekwaam bestuurder, een grensverleggend wetenschapper of innovatief ondernemer.

Ik ben universiteitshoogleraar, maar mijn rapportcijfers waren matig – ook op het domein waarop ik cum laude ben afgestudeerd – . Mijn ouders en mijn leraren hadden voortdurend zorgen over mijn voortgang. Maar ik had geluk: ik mocht op school en thuis mijn nieuwsgierigheid achterna en kon veel hobby’s ontwikkelen. Daardoor heb ik zowel binnen als buiten school veel waardevolle kennis en ervaringen opgedaan. Waarom is dat zo belangrijk?

Nederland in ideeën 2015

Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je mijn antwoord op de vraag. Wat ik een erg belangrijk inzicht vind uit het domein van de neuropsychologie is dat hersenen én omgeving bepalend zijn voor de ontplooiing. Ik onderbouw mijn standpunt met de metafoor over ‘de stoplichten van de ontplooiing die op groen staan of op rood’. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord uit de online tentoonstelling, of je kunt een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ [MavenNLideeen] van de tentoonstelling.

Mijn artikel als pdf: JollesBreinOmgeving

Voor sommige scholieren staan ‘de stoplichten van de ontplooiing’ op groen

In de tweede klas van het gymnasium bleef ik zitten met een negen voor tekenen en een negen voor gymnastiek. Alle andere vakken werden gewaardeerd met een cijfer onder de 5. Meester Van den Brandhof, mijn natuur- en scheikundeleraar, had gelukkig vertrouwen in me. ‘Ach, die jongen komt er wel,’ vond hij. Misschien hielp het dat mijn moeder hem had verteld over mijn drukke bestaan buiten school. Strandjutten, vogels opzetten, uitvindingen doen, sporten, schaken en heel veel lezen waren enkele van mijn hobby’s. Toen ik vijf jaar later mijn eindexamen haalde, had ik steun en sturing gehad van mijn ouders en inspiratie van mijn leraren, maar ook veel bijles. Uiteindelijk studeerde ik af in de neuropsychologie en in de biochemie: cum laude, ondanks de 5 die ik voor scheikunde op mijn gymnasium-eindrapport wist te scoren.

Matige cijfers op school zijn geen goede voorspeller van de latere carrière. Zo kunnen speelse en slecht presterende scholieren uiteindelijk prima terechtkomen in de samenleving en zich ontwikkelen tot een bekwaam bestuurder, een grensverleggend wetenschapper of innovatief ondernemer. Recent wetenschappelijk onderzoek verklaart ons waaróm: omdat het brein van de adolescent nog doorrijpt tot ver na het twintigste levensjaar. Majeure veranderingen vinden plaats in de microstructuur van de hersenen. Hersennetwerken ontwikkelen zich op grond van de ervaringen die de adolescent heeft opgedaan.

‘Context shapes the brain’: de grootschalige veranderingen in hersenmicrostructuur worden gestuurd door wat de jeugdige hoort en ziet, beleeft en ervaart. Cognitieve vaardigheden, zelfsturend vermogen en empathie ontwikkelen zich daardoor. De adolescent leert keuzes maken door te doorléven wat de consequenties zijn van zijn handelen. Dat geldt voor ervaringen op school, thuis en met vrienden en bij hobby, sport en spel. Daarom zijn niet de hersenen bepalend voor optimale talentontwikkeling, maar is het de omgeving. Steun, sturing en inspiratie van ouders, leerkrachten en anderen bepalen de ontwikkeling van motivatie, sociale vaardigheden, kennis en inzicht.

Niet alleen biologie en genen, niet alleen de psychosociale context, maar het geheel van biologische, psychologische, sociale en culturele factoren blijkt belangrijk voor ontplooiing. In termen van het aloude nature-nurture-debat geldt daarom: ‘De genen van het kind bepalen de potentie, de mogelijkheden, de bovengrens. Maar het is de omgeving die bepalend is voor wat er uiteindelijk van deze mogelijkheden – het latente talent – gerealiseerd wordt.’ En de adolescent ontwikkelt zich in de lange periode vanaf de start van de puberteit tot ongeveer 25 jaar en moet daarom worden beschouwd als ‘work in progress’. De tiener die geïnspireerd wordt, die nieuwe dingen kan ervaren en ondernemen, die terugkoppeling krijgt en op een voldoende liefdevolle manier wordt gestuurd, die heeft een voorsprong in het verwerven van de vaardigheden die in de volwassenheid nodig zijn. Extra stimulerend is dan een ouder die de bijlessen en de sportvereniging betaalt, en een leerkracht die vertrouwen geeft, zoals meneer Van den Brandhof.

Hoe komt het dat sommige scholieren achterraken of zelfs uitvallen? Wat bepaalt dat een kind met plezier naar school gaat, nieuwsgierig is en hobby’s ontwikkelt? Antwoord: de samenhang van biologische en omgevingsfactoren. Zelfs kinderen van dezelfde leeftijd of uit hetzelfde gezin kunnen sterk verschillen in het tempo van de ontwikkeling. Sommigen maken in hun hersen- en neuropsychologische rijping een snelle start en komen daarna in een rustiger fase. Anderen komen wat trager op gang om daarna een sprintje te trekken. Sommigen blinken al op jongere leeftijd ergens in uit. Voor hen staan ‘de stoplichten van de ontplooiing’ op groen.

Groene stoplichten – zoals een goede gezondheid, ouders die voorlezen, inspirerend speelgoed en leermateriaal, en stimulerende ervaringen – kunnen zorgen dat een kind zich neuropsychologisch, cognitief en emotioneel snel en goed ontwikkelt. Sommige scholieren kunnen daardoor – mits nieuwsgierig en gemotiveerd – al op hun zestiende, achttiende of eenentwintigste ver zijn uitgerijpt en een forse persoonlijke groei hebben doorgemaakt. Anderen doen daar langer over of komen geheel niet tot de ontplooiing van hun latente talent. Een onveilige thuisomgeving, gebrek aan inspirerend speelmateriaal of leesboeken, matige slaap en voeding, een ontwikkelingsvertraging, stress en aandachtsproblemen zijn te beschouwen als een oranje of rood stoplicht. Deze factoren zorgen voor vertraging of voor een ontwikkeling die ver uit de buurt blijft van wat er genetisch in zit.

Voor mij stonden indertijd de stoplichten op groen en ik kon me breed ontwikkelen in een stimulerende omgeving. Nieuwe wetenschappelijke inzichten laten ons zien dat zelfs het IQ kan veranderen. Dan moet het voor ons ook mogelijk zijn om oranje en rode stoplichten van kleur te laten veranderen. De scholier van nu en van morgen zal er baat bij hebben.

Jelle Jolles

Mijn artikel als pdf: JollesBreinOmgeving

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven [link MavenDitWilJeWeten]

Klik hier voor het volgende antwoord

[link:  MavenVolgendAntwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

[link: MavenNLinIdeeen]