De coach en de ouders van een kind kunnen ieder op hun manier een sleutelrol spelen bij de ontwikkeling van het voetbaltalent van een kind. Het heeft te maken met voorwaarden creëren maar ook routes aangeven, steunen, sturen en inspireren. De coach vervult hierbij een andere rol dan bijvoorbeeld de ouders, broers- en zussen of de buurman. Maar ze kunnen zeker, ieder op hun eigen manier, een bijdrage leveren aan hoe het brein, en daarmee het talent van de pupil, zich ontwikkelt. Afgelopen maand verscheen er in De Jeugdvoetbaltrainer een artikel dat in samenwerking met Jelle Jolles tot stand is gekomen. Het artikel gaat over de rol van de omgeving en in het bijzonder die van de coach bij de talentontwikkeling op het voetbalveld. Het is geschreven door Mirelle van Rijbroek en Annemarie van der Eem. Klik hier als u direct naar dit artikel wilt gaan.

Waar gaat dit artikel over?
Uit neuropsychologisch onderzoek is gebleken dat omgevingsfactoren, zoals gezin, opvoeding, hobby’s,  sociale groep en de buurt, veel belangrijker zijn dan gedacht. Natuurlijk is de motorische ontwikkeling die in de kinderjaren tot bloei komt essentieel bij sport. Met een goed lichaamsschema, evenwichtsgevoel, spieropbouw en uithoudingsvermogen kun je al heel veel. Maar als een speler zich naar de top wil kunnen ontwikkelen, is er meer nodig dan die goede motoriek. Daar heeft hij een stimulerende omgeving voor nodig. Zo moet een trainer een steunende rol aannemen, de rots in de branding zijn waar de pupil altijd bij terecht kan. Maar ook helpt het de pupil verder als de coach gerichte sturing geeft. Leer de jonge spelers om doelen te stellen en zichzelf de vraag te stellen: “wat wil ik, waar wil ik naartoe?” Rijk ze een aanpak en een route aan. Je hoeft niet het complete pad voor ze te banen, maar neem de verschillende mogelijkheden met ze door. Wat zijn de opties? Wat is het gevolg als je optie A kiest? En hoe verschilt deze van optie B?

Een sturende rol kan ook inhouden dat je bijvoorbeeld als coach een speler die liever op het middelveld speelt, bij een wedstrijd linksvoor zet. Het is dan wel belangrijk om aan je pupil duidelijk te maken waarom je die overweging hebt gemaakt. Soms heeft een speler namelijk het idee dat hij iets niet kan, terwijl je als coach wel degelijk potentie ziet. Tot slot is de inspirerende rol enorm belangrijk. Je kunt ze inspireren wat betreft bewegingen die ze kunnen maken, het herkennen van schijnbewegingen bij de tegenstander maar ook door ze bijvoorbeeld een video te laten zien van FC Barcelona of andere topteams. Vergelijk de speelstijlen van deze teams met elkaar, laat de kinderen analyseren wat er in zo’n wedstrijd gebeurt, beschrijf deelhandelingen die je in slow motion laat afspelen. Maar ook kun je je spelers vervolgens laten ervaren hoe het is om verschillende rollen te spelen op het veld en daarmee oefenen. Houd altijd in het achterhoofd dat het gaat om gedragsverandering bij het kind, niet om het overbrengen van een les. Naast de coach kan de hele omgeving een steunende en inspirerende rol spelen; de buurman die voordoet hoe je een schijnbeweging maakt, een broer die steeds uit andere posities een bal toespeelt. En moeder die in de regen aan de kant staat aan te moedigen bij een wedstrijd. Ze dragen allemaal bij aan de talentontwikkeling van de jonge voetballer.